Eerlijk duurt het langst
Congokenner en -liefhebber Joost Loncin bezocht in het kader van de campagne 2004 van Damiaanactie het Damiaanactieproject in Kinshasa. Samen met enkele scholieren en leerkrachten bezocht hij als redacteur van Het Volk/Het Nieuwsblad de Damiaanactie-projecten. Hier vindt u zijn impressies.
Helaba
“Helaba! Monsieur Joost!”, roept een man als ik in de rij sta voor de paspoortcontrole op de luchthaven van Kinshasa. Ik drum tussen de wriemelende massa mensen naar voren. ,,Welkom namens de Damiaanactie”, lacht hij door de tralies die de grenszone afsluiten. Hij vraagt mijn bagageticketje, zodat hij alvast mijn rugzak van de bagageband kan pakken. Voor een of andere onverlaat op hetzelfde idee zou komen.
Heksenketel
Ha, ik kom altijd graag naar Congo. Maar die heksenketel van de luchthaven van N’Djili! Die zou ik wat graag overslaan. De luchthaven krioelt van douaniers, politieagenten, militairen en ambtenaren. Zij zijn gespecialiseerd in het creëren van een chaos die je zo murw en moe maakt dat je ten slotte betaalt voor om het even wat: een onverdiende boete, een onnodige controle, een onleesbare stempel.
Super-paradox
Anderzijds krioelt het ook van passagiers die willen betalen voor om het even wat en veel ook. Maar – en dat is de super-paradox - alleen de passagiers die goed vertrouwd zijn met N’Djili kunnen dat. Want een ongeduldige nieuweling die met wat bankbriefjes probeert de controle vooruit te laten gaan, riskeert - dat is het toppunt - een boete wegens corrumperen van ambtenaren. En betaalt dus dubbel.
Eindeloos lang
Ach, ik gun het al die onbetaalde Congolese ambtenaren wel. Eigenlijk bestaat de staat Congo niet. En ach, ik blijf vriendelijk. Ik steek géén bankbriefje in mijn paspoort. De controle van mijn paspoort duurt dan ook zo eindeloos lang dat ik iedereen moet laten voorbijsteken. Mijn hemd is doorweekt van het zweet als ik er als allerallerlaatste doorheen kom. Zonder betalen! Enfin, Congo en zijn paradoxen.
Dokter Pamphile
Ik ben dan ook blij als ik mijn vriend, dokter Pamphile Lubamba van de Damiaanactie, terugzie in de aankomsthal. De man die mij al zovele keren in tijden van crisis, plunderingen, burgeroorlogen en machtsovernames is komen oppikken op deze verdomde luchthaven.
Congolese kus
We groeten elkaar met een Congolese kus: drie maal tegen de zijkant van elkaars voorhoofd tikken. Rond ons is het een kluwen van mensen en bagage en corrupte ambtenaren. Maar hij blijft rustig. Dat is typisch voor een medewerker van de Damiaanactie. Hij blijft rustig en correct. Docteur Pamphile kent Jan en Alleman en iedereen kent hem. Hij maakt afspraken en hij houdt er zich aan. Eerlijk duurt het langst in Congo.
Eerlijk duurt het langst
Ja, dat lijkt vreemd na al wat ik gezegd heb over dat dreigende welkom in Congo, maar het is zo: eerlijk duurt inderdaad het langst in Congo. Dat geldt niet alleen voor de Damiaanactie. Nee, die West-Vlaamse zakenman Chris Callens die in Kinshasa al jaren een internetserver open houdt, zei mij exact hetzelfde.
De man die zijn volk leerde e-mailen
Chris Callens is de man die zijn volk, de Congolezen, leerde e-mailen. Zijn server is de enige die stand houdt. Hij werkt al bijna twintig jaar in Congo. Hij betaalt zijn belastingen. Ook hij gruwt van corruptie. Hij werkt gewoon door. Daarmee doet hij exact hetzelfde als docteur Pamphile. Alleen wanneer je de Congolezen respecteert en wanneer je niet toegeeft aan de maffia en de corruptie, kun je hier zaken doen.
Winst en mensenlevens
Zaken zijn voor Chris Callens winst en investeringen. Zaken zijn voor docteur Pamphile, mensenlevens. Hij redt met de equipe van Damiaanactie elk jaar enkele duizenden mensenlevens per jaar. Tbc- en lepralijders. Het aantal staat exact in zijn boekhouding. Het is duidelijk dat die West-Vlaming met zijn firma Interconnect en die Congolees Lubamba met Damiaanactie een toekomst zien. Zelfs in dit land zonder staat. Ja, het is een vreemde parallel.
Verkiezingen
De komende maanden moeten er verkiezingen gehouden worden in Congo. Democratie in Congo: het lijkt onmogelijk. Enkele weken geleden was er een hoorzitting in het Belgisch parlement met Belgische volksvertegenwoordigers en senatoren en Congolese vertegenwoordigers van de civiele maatschappij. De vraag was daar: “Zijn verkiezingen mogelijk?” Een Congolese dame uit Mbuji-Mayi antwoordde: “In volle burgeroorlog organiseerden wij, Congolezen, vaccinatiecampagnes tegen polio en redden wij de levens van duizenden lepra- en tbc-lijders. Dan kunnen wij toch ook verkiezingen organiseren?”
De parlementairen hadden stof tot nadenken. Ik moest denken aan docteur Pamphile Lubamba van Damiaanctie in Kinshasa.

