Damiaanactie heeft een lange traditie van inleefreizen en bouwkampen. Want: geen betere manier om een derdewereldland te leren kennen (en meteen ook de werking van Damiaanactie) dan er met je beide voeten in te staan. Dirk Musschoot, journalist van het Nieuwsblad, fietste twee weken lang door
de theeplantages en rijstvelden van Bangladesh, langs steenbakkerijen en schattige dorpjes. Samen met een 12-tal personen uit Torhout. Een impressie.
Dirk Musschoot – journalist bij Het Nieuwsblad
Willem weet de weg
Toen rond het jaar 2000 de Oost-Vlaming Willem Gees aan het hoofd kwam van Damiaanactie-Bangladesh, ontdekte hij snel de geneugten van het fietsen in dat land. En zag hij meteen de mogelijkheden die de tweewieler biedt aan mensen die dat land en zijn bewoners willen ontdekken. Vorig jaar deed Willem de test met twee groepen; dit jaar schiet hij namens de Damiaanactie in gang met drie tochten. Willem begeleidt ze allemaal zelf, zonder hem ben je in dat land zo de weg kwijt.
GPS op de schoot
Dus gaan we fietsen met de stafkaart op het stuur, maar vooral met de gps binnen handbereik. Want zoals u wellicht weet uit de rampenverslagen in de media, wil Bangladesh wel eens het slachtoffer zijn van stormen en overstromingen. Waardoor de weg van gisteren vandaag opgegeten is door het water. Vaak stelt zich dan ook de vraag: hoe geraken we aan de overkant? Het is dan zoeken naar een visser-met-bootje die ons voor een paar taka’s naar de andere oever brengt; of balanceren op een brugje van twee bamboestokken breed – fiets op de schouder. Spektakel!
Ongewone geluiden
We slapen op theeplantages of in guesthouses met een minimum aan comfort. Soms bij de nonnetjes, en soms gewoon in ons tentje. En dan moeten we nog wennen aan de ongewone nachtelijke geluiden – oordopjes tegen jankende jakhalzen kunnen het verschil maken tussen een beetje uitgeslapen of helemaal niet uitgeslapen. En overdag eten we wat de lokale pot schaft (en verdrijven we op een andere pot die plotseling opgekomen buikkramp...).
Droogdraaien
Laat u echter niet afschrikken door wat ik hier uit mijn stoere pen laat vloeien. Een beetje gezond mens met een beetje fysieke conditie mag geen problemen hebben met de fietstocht van Willem. Vooraf een beetje droogdraaien in een fitnesscentrum kan helpen; een zeemvel in uw broek en goede fietshandschoenen kunnen uw onmisbare reisgezellen worden.
Engagement
De Bangladesh-fietstocht van Damiaanactie is in de eerste plaats een inleefreis en dus niet meteen het doel voor doorgewinterde mountainbikers. Wie meefietst door Bangladesh wil in de eerste plaats het land en zijn mensen leren kennen. Fietsen is het middel, niet het doel. Ook uit de deelnameprijs voor zo’n veertiendaagse fietstocht, blijkt een engagement. Wie meefietst betaalt 1.500 euro en brengt nog eens duizend euro sponsorgeld aan.
Starten met de trein
Willem stippelde een fijne tocht uit: een mooie bocht, van Srimangal in het noord-oosten tot Jalchatra in het noorden. Twee weken fietsen met aan onze rechterkant zicht op de grens met India. Het eerste stukje (van de hoofdstad Dhaka tot Srimangal) doen we met de trein. Willem heeft daar twee goede redenen voor. Sporen is een ideale manier om te acclimatiseren. Maar vooral: door met de trein uit Dhaka te vertrekken, red je je leven. Het verkeer in de hoofdstad is letterlijk moordend voor fietsers, en wie er toch fietst haalt zich meteen een aandoening op de longen.
Omsingeld door Bengalen
Eén ding moet je leren, als fietser in Bangladesh. De mensen zien er niet alle dagen een witte mens, en zeker geen witte op het soort velo waar de lokale bevolking nog niet eens durft van dromen. Het gevolg is dat, waar we ons ook vertonen, de mensen meteen op een hoop lopen en... staren. De Bengalen omsingelen ons en staren ons aan. Zelfs na een uur, als onze picknick aan zijn langzame verteringsproces is begonnen, staan ze er nog.
Welcome in Waterworld
En dan: de beels, de uitgestrekte moerassen die het landschap in het noord-oosten van het land beheersen. Om die hindernis te nemen heb je echt wel een boot nodig. En een stuurman die de weg weet, want in de beels vaar je zo verloren of zit je voor je het weet met je kiel in de modder. We krijgen gezelschap van de grenspolitie, en we mogen even aan land op het zompige eilandje waar ze hun schuilplaats hebben: een barak op hoge betonnen palen. Een van de mannen zegt: “Welcome in Waterworld”.
Vreemde vogels
Twee dagen en één nacht zitten we op die boot. Koken, wassen en plassen, het gebeurt allemaal in een schuit die zo laag op het water ligt dat een beetje storm wis en zeker fataal wordt. Maar op de beels waaien geen stormen. Zegt men. We zien vogels waar we het bestaan niet van vermoedden, en arenden, veel visarenden.
Rijstwijn en dansen
Weer aan land ontmoeten we veel mensen. Wuivende, zingende en dansende mensen. Arme mensen. Straatarme mensen. En moslims en hindoe’s, krishna’s en christenen. We moeten thee en rijstwijn drinken, en meedansen met de Mandi, een volk dat van over de bergen, uit Tibet, komt. Bij het ene volk zijn de vrouwen aanspreekbaar, bij het andere volk niet. Bij het ene volk drinken ze alcohol, bij het andere niet. Je leert wat bij, op zo’n fietstocht.
Bengaalse tijger
We zien gezondheidsposten waar Damiaanactie aan lepra- en tbc-bestrijding doet, we bezoeken het Damiaanhospitaal in Jalchatra. En we worden weer even stil. We worden ook stil bij het bericht in de krant dat er weer drie mensen door een Bengaalse tijger zijn opgepeuzeld. Wat hadden wij gedaan indien we die op ons pad waren tegengekomen? Willem stelt ons gerust. “Waar wij fietsen, komen geen Bengaalse tijgers.”



