Fietsinleefreis van vrijdag 16 februari tot maandag 26 februari 2007
Uit het dagboek van Thomas Morlion
Dag 2
Hoppa, dag 2 zit er ook weer bijna op. Als je het een “dag 2" kunt noemen tenminste, want “verlengde van dag 1" zou juister zijn. We zijn in Dhaka geland om 8u30, terwijl de zon ons toelachte en zorgde voor een temperatuur van 22°. Eens alle formaliteiten achter de rug en alle valiezen terug bij hun rechtmatige eigenaar, maakten we kennis met Willem Gees. Toffe gast die blijkbaar zijn huiswerk gemaakt had, want hij noemde ons -bijna- allemaal meteen bij naam. De jeeps van Damiaanactie (verder afgekort met DF, Damien Foundation; kwestie van in de sfeer te blijven) brachten ons tot ons hotel: Center Point. For People Who Demand The Best, zo luidt hun slogan, en dat in een ontwikkelingsland. De rit naar het hotel betekende veel foto’s, veel bekijks, en een jongetje dat z’n handen naar me uitstrekte met de bedoeling een kleinigheid te krijgen. Tevergeefs, maar daar voelde ik me -echt waar- ‘paardeslecht’ bij. (...)
Dag 3
Ongelooflijk, die mannen in Bangladesh. ’s Avonds rond 24u30 hoor je ze ‘van hun tetter’ maken op straat, je slaapt tot 7u30 en lap, daar zijn ze wéér. En volgens enkele medereizigers waren het telkens dezelfde mensen, die je kon horen. Maar daar storen we ons, verdraagzaam als we zijn, natuurlijk niet aan, en we (ik althans) hebben weer een mooi schoonheidsslaapje achter de rug. Alleen jammer dat het effect steeds uitblijft. Nadat we onze fietsen gekozen hadden -de mijne heette Dirk-, links hadden leren rijden en nog zo van die dingen, crossten we als volleerde veldrijders door Bangladesh. Eerst moesten we uit Dhaka zien te raken, daarna maakten we een jungleritje. En wát een jungle. (..)
Dag 4
Ik zit hier, als enige Belg, in een kring vol Bengalen. Er is nog een andere blanke, maar wie of wat die is of doet, zou ik begot niet weten. Ze zingen allen samen een Bangla-versie van “We Shall Overcome” (schiet me niet dood, maar ik had er nog nooit van gehoord), een hymne die wordt aangeleerd aan lagere-schoolkinderen. Het lied gaat blijkbaar over het feit dat alles wel in orde komt, zo legde een vriendelijke Bengaalse me uit. Een héle vriendelijke Bengaalse, zo blijkt net, ze trakteerde me zojuist op een spekke (een bonbon)! We zaten vandaag de hele dag in de auto. Lastig, maar we hebben genoeg tussenstops gehad, onder andere bij een staatsziekenhuis. Daar werden we verwelkomd door de directeur, een arts en de ’supervisor’ van de lokale DF. (...)
Dag 5
We gingen kijken naar zo’n school, waar de leerlingen voor ons lazen, schreven (wat Engelse zinnen, die wij mochten verbeteren), zongen en dansten. Bij wijze van wederdienst zongen wij “Hoofd, schouder, knie en teen”, en deelden we cadeautjes uit. Daarna gingen we een dorp bezoeken waar gezinnen woonden die gesteund werden door SUS (Sabalamby Unnayan Samity). Enkele vrouwen vertelden wie ze waren, wat ze deden voor de kost en waarom ze een lening hadden aangegaan. De meesten hadden dit gedaan om zich een gabi, melkkoe aan te schaffen. Na dit bezoek fietsten we helemaal terug tot in Netrakona, en daar gingen we eens kijken in een workshop waar kinderen prachtige dingen zoals rieten manden, stoelen, kleren (niet van riet) en dergelijke maakten.(...)

Wil je Damiaanactie op de voet volgen?
